Onvruchtbaarheid en waarom spermadonatie vaak de oplossing is
Onvruchtbaarheid is een groot gezondheidsprobleem dat veel koppels treft. Volgens een rapport van Inserm uit 2019 heeft tussen de 15% en 25% van de Franse koppels te maken met vruchtbaarheidsproblemen na 12 maanden van pogingen zonder anticonceptie. De oorzaken zijn divers. Bij vrouwen kunnen ovulatiestoornissen, verstopte eileiders en problemen met de baarmoeder meespelen. Bij mannen zijn lage zaadcelconcentraties, hormonale problemen, varicocele, genetische afwijkingen en infecties mogelijke oorzaken.
Spermadonatie wordt vaak gezien als een oplossing voor koppels met een kinderwens die anders niet zwanger kunnen worden. In veel landen, waaronder Denemarken, is spermadonatie een gangbare praktijk. Denemarken huisvest de Europese sperma-bank, een van de grootste ter wereld. Volgens de Deense publieke omroep DR heeft deze instelling een belangrijke rol gespeeld bij de verspreiding van donorzaad van “Kjeld” naar 67 klinieken in 14 landen.
Hoe de mutatie werd ontdekt en wat het voor de gezondheid betekent
In april 2020 gingen bij de Europese sperma-bank de eerste alarmbellen af toen een aantal kinderen verwekt met het donormateriaal van “Kjeld” de diagnose kanker kreeg. Drie jaar later kwam er nog een melding, waarna het sperma van de donor grondig werd onderzocht. Die analyses wezen uit dat er een zeldzame mutatie in het TP53-gen zat, een belangrijk gen dat de aanmaak regelt van het beschermende eiwit p53 (ook wel de “bewaker van het genoom” genoemd). Dat eiwit helpt kanker voorkomen door het DNA van cellen te controleren en te voorkomen dat beschadigde cellen zich blijven delen.
De mutatie bleek alleen in een klein deel van de zaadcellen van “Kjeld” voor te komen. Daardoor hebben sommige, maar niet alle, kinderen de mutatie geërfd. Dit laat zien waar de standaard screenings tekortschoten: de afwijking werd aanvankelijk niet gedetecteerd. De Europese sperma-bank verklaarde hierover dat het ging om “een zeldzame TP53-mutatie die nog niet eerder beschreven is, die zich alleen in een klein gedeelte van de zaadcellen van de donor bevindt en niet in de rest van het lichaam, omdat de donor zelf niet is aangetast.”
Wat dit verder betekent en wat er moet veranderen
Deze zaak laat niet alleen de risico’s van spermadonatie zien, maar zet ook aan tot heroverweging van welke genetische screenings beschikbaar zijn en welke protocollen toegepast worden bij spermadonaties. Het risico op kinderkankers door onopgemerkte genetische mutaties benadrukt de noodzaak van meer geavanceerde screeningmethoden. De wens om ouder te worden via spermadonatie, die voor veel onvruchtbare paren werkelijkheid werd, moet daarom worden afgewogen tegen zorg om de gezondheid en veiligheid van de kinderen.
Hoewel de gevallen van kanker verontrustend zijn, biedt de situatie ook een kans om huidige standaarden te herzien en te verbeteren. De Europese sperma-bank en vergelijkbare instellingen zullen gedetailleerder en zorgvuldiger te werk moeten gaan om soortgelijke incidenten in de toekomst te voorkomen en de veiligheid van alle betrokkenen te verhogen. Dit vraagt om meer bewustzijn en verantwoordelijkheid binnen de gezondheidszorg, zodat toekomstige routes naar ouderschap niet alleen succesvol, maar ook zo veilig mogelijk zijn.